Docenten
Op het scholierendeel van de site kun je informatie vinden over de opzet van de wedstrijd en de inhoud van de wedstrijdonderdelen.
Aanvullende informatie hierop is hieronder te vinden, mocht je toch nog vragen hebben kan je altijd mailen naar info@foundation-imagine.orgKlik hier voor het interview met Edwin de Laat, biologiedocent van het Jacob Roelandslyceum in Boxtel, over zijn ervaringen met scholierenwedstrijd Imagine.
Het is ook mogelijk om een gratis info/promotiepakket aan te vragen voor de school.
Dit pakket bestaat uit flyers, folders en posters over Imagine...
Aanvragen van een pakket doe je door een mail te sturen naar info@foundation-imagine.org
Ook kunnen we langs komen op school om een presentatie te geven mail of bel daarvoor: 015-2785011
Leerlingen:
Profielen:
De wedstrijd is bedoeld voor leerlingen met een NG- of NT-profiel in 4 of 5
Havo, en 4, 5 of 6 VWO. De wedstrijd heeft mede als doel leerlingen kennis te
laten maken met de mogelijkheden van technologie en onderzoek in Life Sciences.
Kennis van biologie, scheikunde, natuurkunde en/of wiskunde is een voorwaarde
om het practicum met succes te kunnen volgen.
Leerlingen met een ander profiel kunnen ook
meedoen in gecombineerde groepjes. Doordat de keuze van een geschikt
ontwikkelingsland voor het project een belangrijk onderdeel van de wedstrijd
vormt, is de wedstrijd ook voor hen om te zetten tot een profielwerkstuk.
Inschrijving van groepen die alleen uit leerlingen met een M-profiel bestaan,
is echter niet mogelijk. Het zal voor deze leerlingen immers erg lastig worden
om het practicum tot een goed einde te brengen, of de vertaalslag te maken van
de laboratoriumsituatie van het practicum, naar de werkelijkheid van een
ontwikkelingsland.
Vakken:
De projectvoorstellen worden
ingediend door wetenschappers op het gebied van de Life Sciences. De
schoolvakken biologie, scheikunde, NLT en natuurkunde sluiten daar het beste op
aan.
Net
zoals veel toegepast wetenschappelijk onderzoek zijn de projectvoorstellen
van Imagine vaak multidisciplinair. Door de koppeling van wetenschap aan
ontwikkelingslanden is de wedstrijd niet alleen vakoverstijgend, maar ook
profieloverstijgend.
Kansen Havo scholieren:
Leerlingen uit de Havo hebben minder achtergrondkennis dan leerlingen op
het VWO. Dat houdt in dat Havo-leerlingen in de eerste fase van de wedstrijd
(het practicum) meer begeleiding nodig zullen hebben dan VWO-leerlingen, om de
technologie en de theorie achter de technologie volledig te kunnen doorgronden.
In het vervolg van de wedstrijd is er echter geen verschil. Het gaat om de
creatieve toepassing van de technologie, om het toevoegen van eigen ideeën aan
het projectvoorstel van de wetenschappers, toegesneden op een
ontwikkelingsland.
Maximum aantal scholieren en groepen:
De groepen zijn minimaal 2 en maximaal 5 personen groot. Individuele
deelname is eventueel mogelijk, maar wordt met klem afgeraden, omdat de
hoeveelheid werk die de leerling voor de wedstrijd moet verzetten, veel te
groot is.Er mogen meerdere groepjes van dezelfde
school meedoen.
Inschrijving:
Inschrijvingsdata:
Imagine probeert zoveel mogelijk rekening te
houden met de profielwerkstukcyclussen van scholen. Daarom is het mogelijk dat
scholieren in januari alvast kunnen inschrijven op een aantal onderwerpen. Van
te voren inschrijven als groepje voordat de profielwerkstukonderwerpen bekend
zijn kan altijd. De wedstrijd start in oktober en de scholieren kunnen zich
inschrijven tot ongeveer eind september, voor de exacte datum zie planning op
de wedstrijdpagina.
Projectvoorstellen:
De leerlingen schrijven hun profielwerkstuk naar aanleiding van een
projectvoorstel van een wetenschapper. De projectvoorstellen worden op de site
gepubliceerd zodra er een projectvoorstel bekend is.
De leerlingen zijn vrij in de keuze van hun projectvoorstel, maar: Imagine
hanteert wel een maximum aantal groepjes per project. Daarom vragen wij
leerlingen een keuze top drie te geven.
De wedstrijd:
Verloop wedstrijd:
Begin oktober als de inschrijving gesloten is, vindt er een kick-off
bijeenkomst plaats.
Op deze bijeenkomst ontmoeten de leerlingen de wetenschapper die wat verteld
over zijn onderwerp en wordt het verloop van de wedstrijd uitgelegd ook ontvangen
ze daar het lespakket. In dat lespakket staat beschreven wat de onderdelen van
de wedstrijd zijn, wat er van de leerlingen verwacht wordt, welke begeleiding
ze krijgen en wat de beoordelingscriteria voor het werkstuk en de presentatie
zijn.
In oktober/november gaan de scholieren naar een practicum, waar zij samen
met de wetenschapper experimenteren met (een deel van) de voorgestelde
technologie. De wetenschapper bepaalt hierbij de inhoud van het practicum.
In december wordt er voor de leerlingen een workshopdag georganiseerd. Op
deze dag wordt informatie gegeven over ontwikkelingsamenwerking en kunnen de
leerlingen kiezen uit een aantal workshops. Hierna kunnen de scholieren hun
werkstuk verder afmaken. Dat werkstuk wordt beoordeeld door een externe vakjury
(bestaande uit wetenschappers, docenten en mensen uit de wereld van
ontwikkelingshulp). De groepjes met de beste werkstukken gaan naar de finale.
Meestal is er per project één finalist. De finalisten presenteren hun projectvoorstel
tijdens de finale aan een vakjury.
De leerlingen worden op de finale
voorbereid in de vorm van een presentatie-oefendag. Zij leren daar wat 'goed
presenteren' inhoudt. Ook maken ze op deze dag een promotiefilmpje over hun
onderwerp met behulp van een filmmaker.
Wedstrijdonderdelen:
De wedstrijd bestaan uit de volgende wedstrijdonderdelen:
Kick-off: is ’s avonds en wordt georganiseerd door Imagine, vindt in
oktober plaats.
Practicum: in samenspraak met de wetenschapper wordt de datum van het practicum
bepaald (soms zijn dit meerdere dagen).
Voor de finalisten:
Presentatie-oefendag: wordt georganiseerd door Imagine met een
presentatiecoach en een filmmaker.
Finale: vind meestal plaats op een bestaand congres die in het teken staan van Life
Sciences.
De deelname aan de wedstrijdonderdelen is verplicht. Als leerlingen zonder
overleg vooraf, of kennisgeving van een oorzaak buiten hun macht,
wedstrijdonderdelen missen, maken zij geen kans meer op deelname aan de finale.
Dit is opgenomen in het wedstrijdreglement.
De finalisten en de winnaar:
Imagine stelt een vakjury samen bestaande uit ongeveer vijftien leden (ten
minste twee juryleden per project). De leden van de jury zijn experts op
het gebied van Life Sciences, onderwijs of ontwikkelingshulp. Per project
beoordelen twee of drie juryleden de businessplannen van de leerlingen. Zij
maken daarvoor gebruik van een beoordelingsformulier dat ook opgenomen is in
het lespakket van de leerlingen. De leerlingen krijgen vervolgens een
email waarin de finalisten bekend worden gemaakt. Kort daarna ontvangen de
leerlingen een certificaat met jurycommentaar.
Tijdens de finale geven de leerlingen een presentatie over hun project. De
jury die zitting neemt tijdens de finale, geeft een cijfer aan de verslagen van
de finalisten. Dit cijfer telt ook mee in de eindbeoordeling. De
uiteindelijke winnaar is daardoor niet alleen degene die zijn project
inhoudelijk het beste heeft uitgewerkt (het businessplan), maar ook degene die
zijn plan van aanpak het beste aan de jury verkopen kan (de presentatie).
Begeleiding:
Informatie verloop wedstrijd:
Alle mails die aan de leerlingen worden verstuurd betreffende informatie
over de wedstrijdonderdelen, worden via een CC ook aan de begeleidende docenten
verstuurd. Daarnaast zal soms een mail alleen aan de docenten verstuurd worden,
bijvoorbeeld als er terugkoppeling noodzakelijk is over het functioneren van
een groep leerlingen (bijvoorbeeld als een groep verzuimt naar een
wedstrijdonderdeel toe te gaan).
Begeleiding docent:
De meeste informatie en begeleiding die de leerlingen nodig hebben wordt
door Imagine aangestuurd in de vorm van contacten met de wetenschappers.
Als docent is het verstandig om je ook in te lezen in het onderwerp en de
artikelen van de wetenschapper doorneemt. In feite is het begeleiden van
leerlingen met dit profielwerkstuk niet anders dan ieder ander
profielwerkstuk waarin de leerlingen een verdiepingsonderwerp
kiezen: doordat je als docent ruim voldoende basiskennis hebt, zijn de
keuzes die de leerlingen maken en de artikelen die zij te lezen krijgen goed te
volgen, ook al zijn zij aan het einde van het werkstuk misschien
gespecialiseerder in hun kennis dan de docent zelf. Het is vooral
belangrijk de juiste vragen te kunnen stellen: leerlingen kunnen bijvoorbeeld
wel eens uit het oog verliezen met welk doel zij een bepaald
artikel van de wetenschapper krijgen. Zij proberen dan het volledige
artikel te doorgronden, in plaats van alleen de tabel waar het om gaat. De
vraag 'Waarom heb je dit artikel nodig?' is dan belangrijker, dan de vraag 'Wat
staat hier in?'.
Er zijn gemiddeld genomen twee momenten waarop de leerlingen steun van de
begeleidende docent nodig hebben. Op het moment dat de leerlingen artikelen
krijgen van de wetenschapper. Het is dan belangrijk samen met hen de artikelen
door te kijken, vast te stellen welke informatie wel belangrijk is en welke
niet en aanvullende informatie te geven als dat nodig blijkt (of die informatie
omzetten in een vraag voor de wetenschapper). De leerlingen kunnen dan de
juiste vragen aan de wetenschappers stellen en zelfstandig weer verder. Op het
moment dat de leerlingen voor een ontwikkelingsland gekozen hebben en beginnen
met het vertalen van de laboratoriumsituatie naar de situatie in het
ontwikkelingsland, hebben zij vaak ook even een zetje in de juiste richting
nodig.
Begeleiding wetenschappers:
De wetenschappers zijn verantwoordelijk voor het uitleggen van de
inhoud, werking en mogelijkheden van de technologie die zij in hun
projectvoorstel aandragen. Zij zijn, via de mail, het aanspreekpunt voor
inhoudelijke vragen. Na de koppeling van leerlingen aan een projectvoorstel,
worden de leerlingen uitgenodigd voor een practicum. In dat practicum krijgen
zij inhoudelijke uitleg, proberen zij (een onderdeel van) de technologie uit en
krijgen zij aanvullende informatie. Meestal stellen de leerlingen tijdens het
practicum gerichte vragen, in aanvulling waarop de
wetenschappers artikelen opzoeken die zij de leerlingen mailen. Naar
aanleiding van die artikelen ontstaat vaak een vragenuitwisseling via de mail.
Rol
Imagine:
Imagine is de schakel tussen de leerlingen en de wetenschappers. Als
leerlingen vragen hebben over de inhoud of het verloop van de wedstrijd, kunnen
zij die stellen aan de projectleider scholierenwedstrijd. Mochten er vragen
worden gesteld die beter door de wetenschapper kunnen worden beantwoord, dan
worden de vragen doorverwezen. De projectleider kan de leerlingen vooral veel
vertellen over wat de leerlingen van de verschillende wedstrijdonderdelen
kunnen verwachten, tot welke personen zij zich met een vraag het beste kunnen
richten en wat Imagine van hen verwacht (welke eisen er aan het profielwerkstuk
en de presentatie worden gesteld).
Leerlingen dienen zelf contact op te zoeken met ontwikkelingsamenwerkingsorganisaties
voor vragen. Imagine verwacht van de leerlingen op dit gebied een proactieve
houding.
Meerwaarde:
Leerdoelen:
Imagine organiseert de scholierenwedstrijd vanuit meerdere doelstellingen.
Enerzijds wil zij de interesse van scholieren wekken voor onderzoek op het
gebied van de life sciences. Anderzijds wil zij leerlingen laten ervaren dat
het mogelijk is verschil te maken in de wereld, door kennis en technologie op
de juiste manier in te zetten. Leerlingen geven doorgaans aan veel van de
wedstrijd geleerd te hebben, ook als zij de wedstrijd niet winnen. Zoals een
van de voorgaande finalisten het formuleerde: "We hebben enorm veel van de
wedstrijd geleerd en het was heel leuk om eraan te werken. Ik ben echt blij dat
ik dit als profielwerkstuk heb kunnen doen. Ik weet nu bijvoorbeeld dat ik
later in ieder geval iets met ontwikkelingshulp wil doen. En dat biotechnologie
voor heel nuttige dingen gebruikt kan worden (hiervoor stond het me altijd een
beetje tegen)."
Winst wedstrijd:
Na winst van de wedstrijd ligt de uitvoering van het project in handen van
Imagine. Imagine onderzoekt, samen met de wetenschappers, de mogelijkheid om
het project zoals het is voorgesteld door de leerlingen, in de derde wereld uit
te zetten. Het lukt niet altijd om het project ook echt uit te voeren in het
land dat de leerlingen gekozen hebben. Zo wordt het avocadoproject (winnaar
2005) uitgevoerd in Kenia, in plaats van in de Dominicaanse
Republiek. Het duurt doorgaans een tot anderhalf jaar voordat
een reis naar het project in het ontwikkelingsland mogelijk is. In de periode
tussen de finale en de reis worden de leerlingen op de hoogte gehouden
over de vorderingen rond hun project. Op reisbezoek maken de leerlingen niet
alleen kennis met hun project in wording, maar ook met het land. Zo hebben de
winnaars van 2004 en 2005 ook een schooltje bezocht, waar zij les hebben
gegeven. Hierdoor ervaren de leerlingen nadrukkelijk voor welke mensen zij
tijdens de wedstrijd zo hard hun best hebben gedaan.
Profielwerkstuk:
Verslag niet als profielwerkstuk:
Voor Imagine maakt het niet uit of de leerlingen hun werkstuk als
profielwerkstuk op school inleveren. Leerlingen mogen dus ook los van het profielwerkstuk
meedoen aan de wedstrijd, bijvoorbeeld als project in de vrije ruimte, of in de
vorm van een andere mogelijkheid die de school de leerlingen daarvoor biedt.
Het schrijven van het businessplan is echter wel een verplicht onderdeel van de
wedstrijd. Zonder het businessplan is een gang naar de finale niet mogelijk.
Criteria beoordeling profielwerkstuk:
Er zijn drie aspecten die een rol spelen in de beoordeling van het
werkstuk: beschrijving en toepassing van de technologie, keuze van en
implementatie in het ontwikkelingsland en verzorging van het werkstuk. Deze
drie aspecten worden uitgedrukt in een aantal beoordelingscriteria op een
beoordelingsformulier dat de juryleden voorgelegd krijgen. Dit
beoordelingsformulier wordt opgenomen in het lespakket, zodat de leerlingen
weten wat van hen verwacht wordt.
Doordat het profielwerkstuk de basis vormt van de wedstrijd (het bepaalt wie de
finale haalt en voor een groot deel wie de winnaar wordt) liggen de criteria
die verwerkt zijn in het beoordelingsformulier vast. Wijken de leerlingen af
van deze criteria, dan maken zij minder kans om de wedstrijd te winnen. Het is
echter geen probleem als het profielwerkstuk via de bijlage wordt aangevuld met
extra informatie die doorgaans verplicht is op middelbare scholen. Bijvoorbeeld
de opname van een logboek.
Omdat het publiek en de jury tijdens de finale mogelijk niet alleen uit
Nederlanders bestaat, schrijven de leerlingen hun profielwerkstuk in het
Engels. De kwaliteit van het Engels wordt echter niet meegewogen als een apart
criterium in de beoordeling. Fouten in het Engels worden de leerlingen dus niet
aangerekend. Toch speelt het Engels wel een rol bij het criterium 'verzorging
van het werkstuk': is het taalgebruik slordig door een veelvoud aan spelfouten
of ongrammaticale zinnen dan telt dat wel mee. En natuurlijk moet het Engels
goed genoeg zijn om de boodschap over te kunnen brengen. Daarom raden wij
leerlingen aan te overleggen met hun docent Engels.